De meeste kinderen vinden ontleden saai en stom. Ben jij het als leerkracht eigenlijk met ze eens? Sta jij wel eens voor de klas een truc uit te leggen, die je zelf ook niet helemaal snapt? Zijn de lessen zinsontleding nou niet bepaald de lessen waar je naar uitkijkt? Lukt het je niet om om de hele klas op het gewenste niveau te krijgen?

Je bent zeker niet de enige met deze ervaring. Toch hoeft dat niet! Wat zou je ervan denken als jouw klas bij het woord 'zinsontleden' heel hard JOEPIE roept. Wat als jouw leerlingen helemaal snappen waar ze mee bezig zijn, zodat ze zelf met zinnen aan de slag gaan? Wat als ze met rode konen aan het werk gaan?

Bijna alle leerboeken op het gebied van zinsontleding gaan in op de manier waarop je bepaalde onderdelen van de zin herkent. Als je die manieren maar beheerst, dan beheers je ook het zinsontleden. Maar daarmee verwordt zinsontleden tot het leren van trucs, die bovendien nog op elkaar lijken ook en daarom vaak verwarrend zijn. Leerlingen halen daardoor dingen door elkaar, snappen het niet en maken fouten. Ze moeten nog meer oefenen en het wordt nog minder leuk.
Eigenlijk is het net of je aan iemand die nog nooit hockey heeft gezien vertelt, dat de keeper degene is met van die grote dingen aan zijn voeten en een helm op. Als je dan vervolgens een hockeywedstrijd bekijkt, kan diegene waarschijnlijk wel aanwijzen wie de keeper is. Maar weet hij dan ook wat die keeper daar doet?

Ik ben zelf nu een aantal jaren bezig met zinsontleding en heb (tot nu toe) 5 geheimen ontdekt waarmee je zinsontleden in de klas leuk maakt. Graag wil ik die geheimen met je delen. Als jij die geheimen ook toepast in jouw klas, krijgen je leerlingen zeker meer plezier in zinsontleden!